
Dinsdag 22 maart 2016. Papa voert mij naar school, zoals elke andere ochtend. Qmusic speelt vertrouwelijk op de radio, maar deze keer worden de vrolijke tunes ineens onderbroken voor een nieuwsmededeling. De 16-jarige Lana had niet veel interesse in het nieuws, tot ik ineens de woorden “bom” en “Zaventem” hoor.
Onze aandacht wordt naar de radio getrokken. Zonder een woord te zeggen proberen we de woorden te laten binnensijpelen. Op dat moment beseften we beiden nog niet hoe groot de ramp echt was.
De schoolpoort nadert en ik stap uit. Wanneer we het chemielokaal binnenstappen en onze chemiepassionele leerkracht zijn geliefde les opzij schuift om naar het nieuws te kijken, begint het besef te komen. Mensen die in paniek rondlopen, op zoek naar vrienden, naar familie. Hulpdiensten die af en aan rijden, sirenes die door merg en been gaan. De luchthaven, een plek die normaal symbool staat voor reizen, voor nieuwe herinneringen… wordt plots een plaats van chaos en angst.… Onze eens zo drukke klas wordt plots muisstil.
En dan komt de volgende aanslag… een andere bom ontploft in een metro in Maalbeek. Een immense angst stijgt op. Wat is er aan de hand? Komt er nog een volgende aanslag? Zijn we hier wel veilig? Waar stopt dit?
Vandaag is het tien jaar geleden. En toch weet ik die dag nog alsof hij gisteren was. Elk detail, elk gevoel zit ergens nog vast. Dit was de dag waarop mijn onbezorgdheid een barst kreeg. De dag waarop ik leerde dat “bommelding” uitgesproken wordt als bom-melding en niet als bommel-ding. De dag waarop 32 mensen ’s morgens afscheid namen van hun geliefden om nooit meer te kunnen terugkeren. De dag waarop honderden mensen getekend werden voor het leven.
De dag waarop iedereen even stil werd.

